Inloggen

Belgische drukkerijen reageren op fraude-beschuldiging

17 juli 2020

De Febelgra, de Belgische werkgeversvereniging van grafimedia-ondernemers, reageert bij monde van algemeen directeur Marc Vandenbroucke op de fraude-beschuldigingen. Onder meer HLN schrijft dat Hilde Crevits, viceminister-president, Vlaams minister van economie, innovatie, werk, sociale economie en landbouw, zegt ‘gechoqueerd’ te zijn nu lijkt dat 82 Belgische drukkerijen hebben gefraudeerd met duurzaamheidssubsidies.

Vandenbroucke: ‘In de pers verschenen berichten inzake subsidiefraude met ecologiepremies in de Vlaamse grafische sector. Febelgra, de Federatie van de Belgische grafische industrie, wenst hieromtrent niet verder te communiceren aangezien een onderzoek loopt, dat in alle sereniteit moet gebeuren.’

‘Volkomen wetsconforme aanvragen’

Vandenbroucke (r) vervolgt: ‘Niettemin wenst Febelgra te benadrukken dat uit de contacten die met de betrokken bedrijven werden gelegd, blijkt dat bij aankoop van drukpersen, volkomen wetsconforme aanvragen tot ecologiesteun werden ingediend, op grond van wat officieel geattesteerd werd door de leveranciers. De facturen van deze investeringen werden door deze bedrijven ook integraal voldaan.’

‘Heel wat specifieke technische kennis van een drukpers voor nodig’

‘Daarenboven, en zoals minister Crevits (l) vandaag (17 juli, red.) ook aanhaalde tijdens de parlementaire interpellatie, is het “niet zo dat je die drukpers zomaar kunt openen om te kijken of de gesubsidieerde technologie al dan niet aanwezig is. Er is heel wat specifieke technische kennis voor nodig…”. Dit geldt dus evenzeer voor de bedrijfsleiders die in vertrouwen deze investeringen aangingen om hun productieproces te vergroenen.’

Te goeder trouw

‘De verschillende steunaanvragen, die gefaseerd werden uitgevoerd, zijn steeds in volle transparantie ten aanzien van de overheid (Vlaio) gebeurd. Wij kunnen uiteraard niet spreken voor elk individueel bedrijf afzonderlijk, maar het onderzoek zal uitwijzen dat de betrokken bedrijven te goeder trouw handelden en nooit de bedoeling hebben gehad fraude te plegen.’