Terug naar overzicht

Print
kvgo, grafische, grafimedia, now

KVGO: helft grafische bedrijven vraagt ook tweede NOW aan

De economische situatie in de grafische sector is minder negatief dan in de voorgaande maanden. Dat blijkt uit de antwoorden op de derde enquête over de gevolgen van het corona-virus onder de leden van het KVGO, de branchevereniging voor grafimedia bedrijven. ‘Het is positief te noemen dat er in juni een lichte omzetstijging is ten opzichte van de maanden april en mei. We zijn er echter nog lang niet,’ aldus KVGO-directeur Bram ter Beek. De moeilijke periode voor grafische bedrijven begon in rampmaand april en ook mei gaf een zeer negatief beeld.

  • 10 jul 2020

De enquête is verstuurd naar alle leden van het KVGO. Meedoen was mogelijk tussen 26 juni en 6 juli 2020. Een vijfde van de bedrijven vulde de vragenlijst in.  Hieronder staan de belangrijkste bevindingen.

Nog steeds last van lagere omzet

Het goede nieuws is dat de groep bedrijven die aangeeft geen problemen te hebben door het coronavirus groeit: 17% nu ten opzichte van 4% bij de vorige enquête. Toch heeft het merendeel van de bedrijfstak nog steeds last van afname van orders en omzet, namelijk 83%. Wel zijn er minder liquiditeitsproblemen: 15% van de bedrijven meldt dit nu als probleem terwijl dat eind april nog voor bijna 24% gold en eind maart voor 37%.

Het coronavirus leidt momenteel nauwelijks tot extra ziekteverzuim. Van de respondenten geeft 3% aan als gevolg van het coronavirus te maken te hebben met ziekteverzuim en er zijn geen medewerkers in quarantaine. In onderstaande figuur is het verschil ten opzichte van de eerdere enquêtes zichtbaar.

Minder maatregelen in de bedrijfsvoering

Bedrijven gaan steeds meer terug naar de bedrijfsvoering van vóór corona. Momenteel meldt 31% geen bijzondere maatregelen te treffen. Er zijn minder aangepaste werktijden of roosters (29% nu, 56% eind april en 62% eind maart) en er wordt minder thuisgewerkt (15% nu, 40% eind april en 48% eind maart). Het laten doen van andere klussen dan de eigen functie gebeurt nog in 42% van de ondernemingen. Eind april gaven 52% van de respondenten aan dat dat gebeurde en eind maart was dat het geval in 55% van de bedrijven. De vermindering van de inzet van flexibele arbeidskrachten is stabiel: net als in de vorige enquête geeft bijna een kwart aan geen zzp’ers of uitzendkrachten meer in te huren of oproepkrachten niet meer op te roepen.

Ook het intern opleiden van personeel is stabiel te noemen: 12% geeft aan deze periode daarvoor te gebruiken, eind april was dat 11% en in maart 10%. Positief is dat momenteel geen van de respondenten aangeeft over te zullen gaan tot sluiting van het bedrijf of een bedrijfsvestiging.

Financiële steun vanuit de overheid nog steeds nodig

Bijna de helft van de respondenten (49%) geeft aan gebruik te zullen gaan maken van de tweede Tijdelijke noodmaatregel overbrugging behoud werkgelegenheid (NOW 2). Deze groep heeft, op een paar bedrijven na, ook NOW 1 aangevraagd en zal, na de eerste periode van drie maanden financiële ondersteuning voor de loonkosten, nog eens vier maanden tegemoetkoming gaan ontvangen. Aanvragen van de NOW 2 kan overigens sinds 6 juli 2020.

Mei: minder omzetverlies dan verwacht

Op de vraag naar de verwachting voor het omzetverlies in de maand mei gaf in de vorige enquête 5% aan geen tot nauwelijks omzetverlies of zelfs een groei te verwachten. Achteraf bezien is het aantal bedrijven dat in mei neutrale of positieve omzetcijfers heeft wat groter: bij 10% is de omzet niet of nauwelijks afgenomen of zelfs gegroeid. De mate van omzetverlies in mei is minder groot dan van tevoren werd verwacht. In onderstaande figuur geeft de lijn de gegevens over mei aan zoals eind juni zijn aangeleverd. De staven zijn de verwachtingen over mei zoals eind april uitgesproken.

Juni: minder omzetverlies dan in mei

Het omzetverlies in de maand juni 2020 is minder groot geweest dan het omzetverlies in mei. Van de respondenten geeft 22% aan geen tot nauwelijks omzetverlies te hebben geleden of zelfs een groei te hebben waargenomen. In mei en juni hebben evenveel bedrijven 25% tot 50% omzetverlies geleden (39%). In mei waren er meer bedrijven met 50% of meer omzetverlies dan in juni (resp. 29% en 13%).

 

In onderstaande figuur staat het omzetverlies van mei naast het omzetverlies van juni en de verwachting van juli, zoals door de respondenten in deze derde enquête aangegeven.

Hieruit blijkt dat het in juni iets beter ging dan in mei maar dat de respondenten wat negatievere verwachtingen hebben over de omzetontwikkeling in de maand juli.

Onzekerheid over de toekomst

Op de vraag naar de omzetontwikkeling in de tweede helft van dit jaar geeft bijna een derde deel (32%) aan het niet te weten. Iets minder bedrijven (30%) verwacht een omzetverlies van 5% tot 25%.

De onzekerheid blijkt ook uit de vraag of het bedrijf verwacht te moeten gaan reorganiseren: 27% kan hier geen antwoord op geven. Het gedeelte dat aangeeft te verwachten wel te moeten gaan reorganiseren is iets gegroeid ten opzichte van de eind april (24% nu, 20% eind april). Meer respondenten dan in de enquête van eind april verwachten dat reorganiseren niet nodig zal zijn (49% nu, 37% eind april).  

Wat is er verder nodig?

Op de vraag of er behoefte is aan verdere maatregelen vanuit de overheid of instanties zijn zeer diverse antwoorden gegeven. Twee rode lijnen zijn er wel in te ontdekken. De ene is een betalingsregeling voor de uitgestelde belastingen, zodat het straks niet in één keer of tegen ongunstige voorwaarden terugbetaald hoeft te worden. De andere heeft te maken met reorganisatiekosten die, vooral door de transitievergoeding, erg hoog zijn.