Terug naar overzicht

Management & Strategie

Verpakkingen: 'Circulariteit zegt nog niets over duurzaamheid'

De verpakkingswereld wordt kritisch gevolgd qua duurzaamheid. Alles lijkt te draaien om gesloten kringlopen. Fout! Circulariteit is géén indicator voor duurzaamheid. Dat stelde Bernd Brandt in zijn presentatie “Food Waste or Packaging Waste - Carbon Footprint of Plastic Food Packaging” tijdens de Packaging Conference 2019.
Opmaak van de drie diagrammen: designbureau ArtNu

  • 11 mrt 2019

Bernd Brandt is senior consultant bij Denkstatt, een milieuadviesbureau in Wenen. Hij hield 21 februari een presentatie in het Brusselse Hotel Métropole. De Packaging Conference 2019 werd daar georganiseerd door de Europese belangenorganisaties Intergraf (grafisch), FTA Europe (flexografie) en marktonderzoeksbureau Smithers Pira. Brandt pleitte voor een duurzaamheidsstrategie die is gebaseerd op feiten; een strategie waarbij milieu- en economische prestaties van producten en materialen worden meegewogen over alle fasen van de levenscyclus: winning van grondstoffen, transport, productieproces, toepassing, gebruik, verwijdering en eventueel hergebruik.

Geen doel op zich!
Hij startte met Megajoulevergelijkingen tussen verschillende verpakkingsmethodes. Zo kostte duizend liter water in glazen flessen met 80% recycling 7800 Megajoule energie. Diezelfde duizend liter in PET-flessen met slechts 40% recycling kostte 2400 Megajoule. Het begeleidende commentaar: ‘Circulariteit kan een maatregel zijn om bepaalde milieudoelen te bereiken, maar het kan niet het doel zelf zijn.’ Daarbij week hij opvallend genoeg af van de teneur van de presentatie van Kestutis Sadauskas. De topman van de Europese Commissie op milieugebied focuste in zijn lezing tijdens Packaging Conference 2019 juist op de circulariteit van materiaalgebruik.   


Schijn bedriegt
Brandt bevestigde deze stelling met een volgend voorbeeld (zie Figuur 1) uit onderzoek door Denkstatt in 2016: de netto impact op broeikasgasemissies van verschillende opties voor ofwel recycling dan wel verbranding met energieterugwinning van polyethyleen, gemeten in kilogram CO2-equivalenten per ton PE-afval. Verbranding met terugwinning van energie in hoogwaardige installaties bleek veel gunstiger dan recycling van PE in lage kwaliteit gemengde plastics. Zelfs hoogwaardige recycling van polyethyleen scoort maar fractioneel beter dan verbranding met energieterugwinning in een moderne installatie. Brandt concludeerde: ‘Elke situatie vraagt zijn eigen aanpak. Er bestaat géén eenduidige hiërarchie op het gebied van afvalmanagement.’

Goede bescherming geeft grootste milieuvoordelen

Brandt schakelde door naar zijn belangrijkste stelling: in het optimaliseren van de beschermende functie van verpakkingen tijdens het gebruik ligt vaak meer milieuwinst besloten dan in het opgetelde effect van milieumaatregelen in de productie- en afvalfase. Bij milieuvoordelen bij productie kan onder meer worden gedacht aan eco-design en een hoge materiaalefficiëntie. Bij recycling kan worden gedacht aan terugkerend materiaalgebruik in een cascade van steeds laagwaardiger toepassingen en aan verbranding met energieterugwinning. Milieuvoordelen door hergebruik rekent Denkstatt in levenscyclusanalyses toe aan de gebruiksfase. 


Brandt gaf vijf voorbeelden van levenscyclusanalyses bij kunststof voedselverpakkingen ter onderbouwing, waarvan we er drie noemen: 

Entrecote vacuüm skinverpakking
Zie Figuur 2: de Darfresh vacuüm skinverpakking van een stuk entrecote op een kunststof tray leidde in Denkstatt-onderzoek tot een vier keer lagere verspilling dan de meestal gebruikte MAP-tray: 3% in plaats van 12%, ofwel 9 in de winkel geredde biefstukjes per honderd stuks. De maximale schapduur werd er namelijk door verlengd van 6 naar 16 dagen. Voor elke verpakte entrecote van 330 gram bedroeg de broeikasgasuitstoot aan verspilde voedselproductie bijna 1900 gram voor de oorspronkelijke versus 400 gram voor de nieuwe verpakking. Overall leidde de vacuüm skinverpakking tot een 3,5 keer lagere milieu-impact: 300 versus 1000 gram CO2-equivalenten per entrecote.

Bergbaron kaas
Kaasverkoop van Bergbaron aan de toonbank werd vervangen door kaasplakjes in een beschermende kunststof verpakking. De verspilling door bederf daalde omgerekend van 5% naar 0,14%. De verpakte kaas bracht een veel kleiner milieunadeel met zich mee vanwege de uitstoot tijdens de verpakkingsproductie. Andere factoren zoals transport en terugwinning van de verpakking voor een volgende cyclus legden wederom nauwelijks gewicht in de schaal. Overall daalde de broeikasgasuitstoot per kaasplakje van 150 gram met bijna de helft: van 90 naar 50 gram CO2-equivalenten.


Komkommer in PE-folie
Zie Figuur 3: ook de vaak gewraakte komkommerfolie zorgt ervoor dat de inhoud ruim twee keer minder vaak in de winkel moet worden weggegooid (9,4% versus 4,6%). Per komkommer van 480 gram bedroeg de totale vermindering van de milieu-impact door deze beschermende verpakking 36%: 16 versus 25 gram CO2-equivalenten. Het voordeel van het voorkomen van verspilling is drie keer groter dan de impact van de verpakkingsproductie. In alle voorbeelden is overigens nog niet eens het effect meegenomen dat de (beter) beschermende verpakkingen ook bij de eindgebruiker nog bederf en dus verspilling tegengaan.

Conclusie
Initiatieven om recycling en hergebruik te bevorderen zijn zeker nodig, evenals een efficiënte omgang met grondstoffen en materialen. Initiatieven in dit kader - bijvoorbeeld “Design for Recycling” - mogen echter niet de beschermende verpakkingsfunctie negatief beïnvloeden en zo tot meer verspilling leiden; de balans van de totale milieu-impact slaat anders bijna altijd negatief door. Daarbij geldt uiteraard: hoe meer premium een product is en hoe meer grondstoffen en energie er dus voor zijn aangewend, hoe extremer de beschermende functie van een verpakking moet prevaleren in verpakkingsontwerp. Onverpakte producten zijn volgens het bureau Denkstatt vaak alleen beter wanneer zij in de gehele keten - tot en met de eindgebruiker - niet meer verspilling opleveren dan verpakte producten.


Bernd Brandt: 'Elk geval is anders. Er bestaat geen eenduidige hiërarchie in afvalmanagement.'