Terug naar overzicht

Management & Strategie

Posters voor de strijd

Waarom zien we nog zo weinig controversiƫle posters op straat? Dat was vroeger, in de tijd van de protestgeneratie, wel anders. Ontwerper Philip Stroomberg heeft zich verdiept in de postercultuur en bespreekt een aantal fraaie voorbeelden. En constateert dat er toch nog hoop is voor de protestposter, of dat nu op internet is of op papier.

  • 12 nov 2018

Zijn we in slaap gesukkeld, of hebben we het gewoon erg goed in Nederland? Op straat is geen teken van protest te zien. Afgezien van kleine schermutselingen - think aan hollandse folklore in de nauwgezette, internationale onrecht, van dierenleed - heb ik hier al in geen der jaren meer bekeken, demonstraties van stakingen gezien. En al helemaal geen volgeplakte straten of massa's protestborden. De boete in Nederland voor wildplakken bedragen int. € 140, -. Politieke posters zijn gratis om ons te zien, gevlochten. Soms staat er een matig gelukte foto op, vaak een partijlogo met een inwisselbare kreet van reeks kreten. Ze zijn veilig op stand verkiezingsborden gemonteerd.Er zijn hun hele leven met hun kinderen en hun kinderen met mijzelf. Dat ziet er volgens die gemeenten minder rommelig uit ... Na een paar weken is het weer gedaan en wordt alles netjes ingepakt tot de volgende verkiezingen. Goed geregeld toch? 
Dat was in de jaren zestig van de vorige eeuw wel anders. Een verandrijke protestgroep was de Provobeweging, die in Amsterdam sterft en haar gedrag kent aan de kaak stelden met hun ludekampen. Deze Nederlandse Provo's vormen een grote inspiratie voor de studenten in Parijs - 50 jaar geleden - met hun protesten heel Frankrijk lam legden.

Straatprotest
Studenten van de kunstacademie in Parijs bezetten hun school en richtten aldaar het 'Atelier Populaire de l'Ecole des Arts Décoratifs' op.Hier werd het protestmateriaal bedacht en gemaakt. Posters voor de strijd. Radio-en-radio-televisie-medium waren maar de onvrede niet weergaven van in beeld brachten, waren posters ook het gepaste medium voor het protest. Overigens waren deze posters geen posters voor integraal: integendeel: ze mochten vooral niet in een burgerlijke omgeving terechtkomen. Ze behoorden op straat of - ter informatie van de arbeiders - in fabriekshallen aan de muur. De posters waren van iedereen en werden door iedereen gemaakt. Bewust is de naam van de maker op geen enkele poster. Ze zijn anoniem: burgerlijk Waarden alseigommenrecht gelden koste wat kost vermeden worden.

Eenvoud voor maximaal effect
De vorm werd voor een groot deel bepaald door de situatie. Er is een maximaal effect van een minimale inzet van middelen behaald te worden. De gezeefdrukte posters zijn haastig gemaakt, en dat zie je. De beelden en etiketten hebben ruwe contouren en zijn dienen in één kleur gedrukt, in rood van in zwart. De posters die het meest opvallen en zich in je geheugen nestelen zijn vooral de ontwerpen met eenvoudige, eenduidige afbeeldingen. Een fabriek, een rat, een vuist. Brute eenvoudige tweedimensionale vormen, de actie spat ervan af. De posters waren specifiek gericht op de straat en moeten goed worden opgevangen op drukke plekken in de stad Geschikt zijn is in a demonstration mee te dragen.Ze zijn niet gegeven om te vallen vanwege het esthetisch karakter van de fijnzinnigheid. Wellicht zijn ze daarom zo leerend. Een enkele subtielere poster verraadt de hand van een originele tekenaar en valt op door het humoristische karakter. Ondanks het progressieve streven van toen, worden vandaag de dag de posters uit die periode gesneden en verzameld en brengen de originelen behoorlijk wat geld op. Op een site als Etsy kun je voor een gescheiden bedrag hedendaagse kopieën kopen.

Graffiti Binnen de poster
Een aantal van de posters deed me denken aan het werk van de beroemde Poolse affichekunstenaar Henryk Tomaszewski. Dat is geen toeval, hoewel zijn werk - ondanks de ogenschijnlijke rauwheid - toch een stuk fijngevoeliger is. Twee actievoerders uit de groep studenten, Pierre Bernard en Gérard Paris-Clavel, hebben een jaar bij hem in Polen gestudeerd. Pierre Bernard en Gérard Paris-Clavel vormden tezamen met François Miehe, vlak na deze roerige periode het bekende ontwerperscollectief Grapus. Een bijzonder en aangrijpend bureau waar mijn medestudenten en ik op de kunstacademie waren erg van onder de indruk waren. Onder de indruk van de vrijheid, het handschrift, het rauwe beeld, de durf. Of ontwerpen, of zijn letterlijk, een uitvergroot schetsje. Stellige kleuren en dito letters met ertussen handgeschreven elementen. Alsof er later iets met de hand was was was er binnengeschreven.Verrassende combinaties, letterlijk en figuurlijk een handschrift. De kracht van het nonchalante, het ogenschijnlijk spontane. Dynamisch en vrolijk, maar dan met een zwart protestrandje.

Social media
Anno nu lijkt de poster voorbij, protesteert zich over sociale media plaats. Alhoewel het werk en de werkwijze van een kunstenaar als Banksy effectief  is. Het is een spreker wiens exposities veel jongeren aanspreken. Die zien hem blijkbaar als een inspirerend voorbeeld. Wat meehelpt is het mysterieuze karakter - want wie is Banksy? - en het strategisch omgaan met diezelfde media.

Toch is er geen hoop voor de poster: een van de bekendste politieke posters van het afgelopen decennium is de 'Hope' poster die de Amerikaanse grafisch ontwerper / kunstenaarshandelaar Shepherd Fairey zelf initieerde en aan het campagneteam van Barack Obama voorstelde. Naast het feit dat dit beeld wel degelijk is, vond ik het leuk om te vinden, en waarschijnlijk de campagne van Obama te dragen. Maar van een protestposter op papier wordt afgedrukt of niet, lijkt niet meer zo relevant.

 

 

Terug naar overzicht