Terug naar overzicht

Management & Strategie

Drukinkt en voedselcontact: hoe gaan zij samen?

Voor voedselverpakkingen geldt boven alles dat ze veilig moeten zijn en de gezondheid van de mens niet mogen schaden. Dit heeft ook consequenties voor het gebruik van drukinkt. Waarschijnlijk komt er zelfs een aparte Europese verordening voor geprinte voedselcontactmaterialen. De ins en outs op een rij.

  • 17 okt 2018

Het begrip ‘voedselcontactmaterialen’ staat voor alles wat redelijkerwijs in contact kan komen met voedsel. Ten aanzien van drukinkt denken we dan het snelst aan inkt op voedselverpakkingen, maar het gaat bijvoorbeeld ook over de bedrukte omdozen waarin deze verpakkingen met voedsel worden vervoerd. De drukinkt kan immers door het karton van de omdoos en de voedselverpakking heen dringen (indirecte migratie) en zo alsnog het voedsel bereiken. Bij directe migratie bereikt de inkt het voedsel door rechtstreeks contact tussen het geprinte voedselcontactmateriaal en het voedsel, ofwel: print aan de voedselzijde. Er kan ook sprake zijn van set-off-migratie: de bedrukte kant komt in aanraking met de onbedrukte kant en geeft inkt af, bijvoorbeeld door het stapelen van bedrukt verpakkingskarton. Vervolgens kan directe migratie plaatsvinden. We spreken tot slot van gasfasemigratie als drukinktcomponenten uit geprinte voedselcontactmaterialen ontsnappen als gevolg van verhitting en via die weg het voedsel bereiken.

Europese regelgeving
Als je kijkt naar wet- en regelgeving op het gebied van voedselcontactmaterialen, dan begint het met de Europese verordening 1935/2004. Daarin staat dat een producent van voedselcontactmaterialen veilige producten moet leveren, die de gezondheid van de mens niet kunnen schaden. Ook de kleurstoffen en pigmenten (drukinkt) in voedselcontactmaterialen moeten aan deze algemene eisen voldoen. De GMP-verordening 2023/2006 voor voedselcontactmaterialen stelt dat in alle stadia van de productie sprake moet zijn van Good Manufacturing Practice. De GMP-verordening stelt specifieke kwaliteitseisen voor de fabricage van bedrukte voedselcontactmaterialen, om migratie door het verpakkingsmateriaal heen of ongewenste overdracht van geprinte inkt op een ander oppervlak (set-off) te voorkomen. Er bestaat (nog) geen Europese wetgeving specifiek voor drukinkt in voedselcontactmaterialen. Mogelijk komt er wel een Europese drukinktverordening (zie verderop in dit artikel). Voor kunststof in voedselcontactmaterialen is die er al wel: EU-verordening 10/2011. De daarbij behorende positieve lijst van stoffen die in de kunststof voedselcontactmaterialen tot een bepaalde migratielimiet mogen voorkomen, heeft ook betrekking op de drukinkt. Als een stof in de inkt én in het plastic zit, mogen die bestanddelen opgeteld niet de gestelde migratielimiet overschrijden. De kunststofverordening bepaalt ook dat inktproducenten ‘adequate informatie’ over hun product moeten geven. Dit is nodig omdat de producent van kunststof voedselcontactmaterialen een Declaration of Compliance moet verstrekken bij zijn product, waarmee hij aantoont dat het voldoet aan de wet- en regelgeving voor voedselcontactmaterialen. De Europese brancheorganisatie voor de drukinktsector EuPIA heeft hiervoor de Statement of Composition opgesteld, die de drukinktproducent kan verstrekken bij zijn product (niet wettelijk verplicht). Dit soort zelfregulering speelt een belangrijke rol; alle partijen in de keten willen immers aansprakelijkheidsissues en terugroepacties voorkomen. De drukinktleverancier wordt bijvoorbeeld gevraagd of zijn product FDA- of BfR-approved is (de Amerikaanse Food and Drug Administration en het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung). Of dat de gebruikte bestanddelen op de positieve lijst van de Zwitserse verordening voedselcontactmaterialen staan, die wel al een apart hoofdstuk over drukinkt heeft. Algemeen uitgangspunt voor de Europese drukinktindustrie (EuPIA-richtlijn) is dat de drukinkten voor voedselcontactmaterialen geen CMR-stoffen klasse 1 en 2 (carcinogeen, mutageen of toxisch voor de voortplanting) mogen bevatten. Voor andere bestanddelen geldt dat ze een lage migratiegraad moeten hebben.

Regelgeving in Nederland
Hoewel de Nederlandse drukinktindustrie erg internationaal georiënteerd is, dient zij ook aan de regelgeving in eigen land te voldoen, ook als de klant daar niet naar vraagt. Het Nederlandse Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen (Wvg) stelt een aantal algemene eisen aan voedselcontactmaterialen, die ook van toepassing zijn op drukinkten en bedrukte materialen, onder andere ten aanzien van migratielimieten. Daarnaast stelt het Wvg specifieke eisen voor kleurstoffen en pigmenten en het gekleurde eindproduct. Voor acht metalen (kationen) gelden maximale gehalten in de gebruikte kleurstof of pigment (zie onderaan dit artikel in tabel 1). Daarnaast mogen de kleurstoffen of pigmenten maximaal 0,05 procent primaire aromatische aminen bevatten. Ten slotte moeten op koolstof gebaseerde pigmenten, zoals roet, grafiet en cokespoeder, voldoen aan een aantal opgegeven specificaties (deeltjesgrootte, met tolueen extraheerbare stoffen, uv-absorptie en benzo[a]pyreengehalte).
Voor het gekleurde eindproduct zijn specifieke migratielimieten (SML’s) voor vijftien metalen (kationen) vastgesteld (zie onderaan dit artikel in tabel 2). Ook stelt het Wvg eisen aan de kleurvastheid van gekleurde verpakkingen.

Europese Drukinktverordening op komst
In het najaar van 2016 publiceerde Duitsland zijn opzet voor een Druckfarbenverordnung voor voedselcontactmaterialen. Er volgde een storm van protest vanuit de Europese industrie. Die eenzijdige nationale wetgeving zou internationale handelsbarrières opwerpen en zat volgens de critici, waaronder EuPIA, niet goed in elkaar. Zo ontbraken op de Duitse positieve lijst van toegestane stoffen heel veel stoffen die nu in inkten zitten. Er was ook geen procedure opgenomen voor hoe die stoffen op de positieve lijst te krijgen. Duitsland besloot de verordening voorlopig niet in te voeren, mits de Europese Commissie snel werk zou maken van een Europese verordening. Die lijkt er in 2018 of 2019 inderdaad te gaan komen; het is een breed gedeelde wens, ook van de drukinktindustrie.

Het ziet ernaar uit dat de Europese verordening ‘geprinte voedselcontactmaterialen’ en niet ‘drukinkten voor voedselcontactmaterialen’ als uitgangspunt neemt. Wat daarbij telt, is dat het eindproduct, in wat voor combinatie van verpakkingsmateriaal en drukinkt dan ook, geen gevaar voor de gezondheid mag opleveren. De industrie ondersteunt deze brede benadering. Ze heeft zelf al eens geopperd nog een stap verder te gaan, door blootstelling als maatstaf te nemen. Migratielimieten gaan ervan uit dat je 1 kilo van het betreffende product per dag eet, terwijl dat vaak veel minder is. Binnen het Europese project FACET is al een tool ontwikkeld om de mate van blootstelling aan chemicaliën via de voeding (ook als gevolg van migratie uit voedselcontactmaterialen) in beeld te brengen.

Beoordeling van ingrediënten en eindproducten
Een ander punt van aandacht voor de Europese verordening is de beoordeling van ingrediënten en eindproducten (het geprinte voedselcontactmateriaal). Als de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) daar in haar eentje verantwoordelijk voor wordt, zijn we decennia bezig tot er een positieve lijst gereed is. De gedachte is om ook nationale instituten als het RIVM en het Duitse BfR een rol te geven in de beoordeling, als designated bodies. In mei 2017 was er een bijeenkomst van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten (VVVF) over voedselcontactmaterialen. Daar werd al gesproken over een A-lijst (ingrediënten en materialen door EFSA beoordeeld), een B-lijst (beoordeeld door nationale instituten, zoals de Zwitserse positieve lijst) en een C-lijst (op basis van eigen risicobeoordeling door producenten). Waar het precies naartoe gaat met de verordening, moet de toekomst uitwijzen. Als die er inderdaad komt, gaat die altijd voor Nederlandse regelgeving. Zoals nu de kaderverordening, GMP-verordening en kunststofverordening voor voedselcontactmaterialen ook al rechtstreeks op Nederland van toepassing zijn.

Minerale oliën ook aan banden
Europees onderzoek bracht een paar jaar terug voedselbesmetting met minerale oliën (MOSH en MOAH) aan het licht. Voedselverpakkingen werden als een van de bronnen voor besmetting geïdentificeerd. Minerale oliën kunnen zich verplaatsen uit verpakkingen van gerecycled karton en papier (drukinkt voor magazines en kranten bijvoorbeeld bevat minerale oliën) of uit de inkt die op de niet-voedselzijde is gebruikt. Partijen zijn het erover eens dat deze stoffen, die schadelijk zijn voor de gezondheid, niet in het voedsel thuishoren. Mogelijk besluit de EU na verdere monitoring tot een norm. Nu al leveren producenten drukinkt zonder minerale oliën voor het printen van voedselverpakkingen. Voor het probleem van minerale oliën die via gerecycled karton en papier het voedsel besmetten, klinkt de roep om kranteninkt zonder minerale oliën te maken. De drukinktindustrie is hier geen voorstander van en ziet liever dat andere oplossingen worden onderzocht. Te denken valt aan closed loop recycling van kartonnen verpakkingsmateriaal zonder minerale oliën of misschien aan een washing-procedure om minerale oliën uit gerecycled karton en papier te verwijderen.

Dit artikel is met permissie overgenomen van Verf&Inkt, een uitgave van de Vereniging Van Verf- & Drukinktfabrikanten (VVVF).

Tabel 1
Voor acht metalen (kationen) noemt het Nederlandse Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen maximale gehalten in de gebruikte kleurstof of pigment:

Antimoon        0,2%
Arseen            0,01%
Barium            0,01%
Cadmium        0,1%
Chroom           0,1%
Kwik                0,005%
Lood                0,01%
Seleen            0,01%

Tabel 1
Voor het gekleurde eindproduct zijn specifieke migratielimieten (SML’s) voor vijftien metalen (kationen) vastgesteld:

Antimoon          0,04 mg/kg
Arseen              0,01 mg/kg
Barium              1 mg/kg
Cadmium          0,01 mg/kg
Chroom             0,1 mg/kg
IJzer                  48 mg/kg
Kobalt               0,05 mg/kg
Koper               5 mg/kg
Kwik                 0,005 mg/kg
Lithium              0,6 mg/kg
Lood                  0,1 mg/kg
Mangaan          0,6 mg/kg
Nikkel                1 mg/kg
Seleen               0,01 mg/kg
Zink                   25 mg/kg